Presentatie Onderwatermuziek

19 september 2009

De presentatie van Onderwatermuziek was op 18 september in restaurant La Porte, de vroegere stationsrestauratie van station Driebergen.

Heel mooi feestje. Tientallen dierbare vrienden, soms van heel ver weg en van heel lang geleden. Bloemen, cadeaus.

Samen met Ferry van der Werff, gitaar en zangeres Manon Brugman heb ik een mooi stuk Onderwatermuziek gespeeld. Dat was leuk.  Foto’s komen later.

En een verhaal gehouden.

Een geschreven versie van mijn verhaal bij de presentatie op 18 september staat hieronder.

Al een heel boek geschreven. Dat moet genoeg zijn. Toch wil ik bij deze presentatie graag iets over de achtergronden vertellen. Het is allereerst een boek, dat ik altijd al wilde schrijven.

Een jaar of acht geleden maakte ik de eerste aanzetten.

In essentie gaat het over twee mensen die om elkaar heen draaien in hun pogingen elkaar te vinden. Een spiraal en het lukt maar niet goed.

Een boek over menselijk vermogen en onvermogen en uiteraard gaat het boek over muziek. Popmuziek, waar ik vanaf mijn 14de weg van was.

Een jongen wordt na een jeugd van tehuis en pleeggezin gitarist en raakt al snel flink de weg kwijt.

Anders dan het defaitistische werk van Houellebecq eindigt mijn boek wel hoopvol. Niet eind goed, al goed, maar in en soort van stile wijsheid.

Het boek heet nu ‘Onderwatermuziek’, maar heette oorspronkelijk Vuurwater muziek.

De hoofdpersoon, de gitarist Erik heeft als houvast een soort van onderwatermuziek, waardoor hij zijn richting weer hervindt.

 

I feel like I’m disappearing, getting smaller every day.

But when I open my mouth to sing, I’m bigger in every way.

Sonic Youth, Song for Karen

 

Hoe kom ik aan mijn verhalen? Je maakt dingen mee in je leven en die verwerk je. Maar ik speel geen rol in het boek, het is geen sleutelroman.

Ik ben Erik niet, Isabelle is Katri niet en Kaspar is niet IJsbrand: vuurwater.

Ik was 14 of 15, 1966, woonde in Utrecht en de Beatles brachten hun album Sergeant Peppers uit, een belevenis die ik op de kamer van buurmeisje Ariaan mocht ervaren.

Zelf kreeg ik ook platen. De eerste drie waren Desolation van Cuby and the Blizzards. Absolutely Free van Frank Zappa en zijn Mothers of Invention en Revolution van de Haagse beatgroep Q 65.

Diezelfde Cuby and the Blizzards speelden in een kroegje in Zeist, misschien wel Lambiek, en ik ging daar op de fiets naar toe, geïnspireerd door mijn toenmalige vriend Lex Eisenhardt, die later een beroemd klassiek gitarist is geworden.

Ik was verkocht. Weliswaar werd ik geen muzikant, ondanks een enkele poging daar toe. Zo speelde ik nog een blauwe maandag drums in een bandje met de naam Deadly Glorification. Het drumstel bestond uit een gescheurd bekken, dat ik met behulp van een bamboestokje bovenop een boomstronk had geplaatst, plus een snaardrum. Mijn repetities op mijn zolderkamertje kwelden de buurman zo zeer, dat ik hem op een kwade dag de trap van ons huis op hoorde komen rennen. Eenmaal in mijn kamer smeet hij mijn drumstel pardoes uit het raam. Het einde van mijn carrière als drummer, ik schakelde over op mondharp.

WatermanFoto © Hans Laban.

Mijn ouders verhuisden naar Groningen.Het was 1968, ik werd 16 en ging dus ook naar Groningen.  Een drama vond ik het, maar het viel mee. In Groningen hadden ze dezelfde verkeersborden als in de rest van Nederland en bovendien werd ik al op de eerste dag van mijn verblijf in Groningen naar mijn bestemming gebracht. Op zoek naar rock en roll liep ik door de binnenstad. Ik kwam in een kroegje met bijna goede muziek. Dat luistert nauw op die leeftijd.  Een meisje vertelde mij dat ik in de verkeerde kroeg zat en zij zou mij wel even brengen. Zo geschiedde. Bij de plaats van bestemming aangekomen zei het meisje dat zij niet mee naar binnen ging, maar ik hoorde hier thuis. Aan de piano zat ene Herman Brood en hij woonde er ook boven. Het was de kroeg van Jan Heekert aan het Reytemakersrijge in Groningen. Ik heb er vier jaar gezeten. Je kon er dichters, muzikanten en kunstenaars aantreffen, plus junks, hoeren en dealers. Soms mocht ik met Herman schaken en nog iets. Op de middelbare school functioneerde ik zijdelings en de rector had daarom een psychiater geadviseerd. Daar ging ik heen. Deze beste man schreef mij een medicijn voor met de naam cofadyn. Een combi van coffeïne en amfitamine vermoedden zowel Herman als ik. Ik had er geen trek in, want van speed vielen je tanden uit je mond, wist ik. Herman daarentegen adviseerde mij om meer medicijn aan mijn psychiater te vragen en de hele voorraad aan hem te verpatsen. Hoewel de zakgeldverveelvoudiging aangenaam was heb ik dit na een poosje aan mijn psychiater opgebiecht en is de behandeling tot een eind gekomen. Overigens heeft deze beste man wel nog een briefje geschreven zodat ik niet in dienst hoefde.

De kroeg van Jan Heekert leverde ook een popact onder de naam Jan Heekert Experience. Bij een optreden kwam er een bus voor de kroeg gereden en de aanwezigen in de kroeg verplaatsten zich de bus in. De muzikanten begonnen op hun gitaren te spelen en de rest kreeg een tamboerijn, toeter of ander feestinstrument. De bus stopte voor een podium en de kroeg verplaatste zich het podium op voor het optreden, na een poosje van muziek, dansen en feesten begon de thuisreis. Tot zover mijn carrière als popmuzikant.

Via de schoolkrant was ik bij het Nieuwsblad van het Noorden beland, waar ik samen met Robbie Kauffman wekelijks de jongerenpagina mocht vullen.

Robbie was dé man van iets dat Provadija heette, een soort van idealistische, alternatieve concertorganisatie die ook wel jongerencentra runde, zoals in Groningen Chappaqua in de Zoutstraat.

Dankzij Robbie en mijn baantje op de jongerenredactie van het Nieuwsblad van het Noorden belandde ik in de kleedkamers van Pink Floyd, Beach Boys, Byrds. Soft Machine en anderen, waaronder ook illustere figuren als John Cale en Nico. Samen met Peter Meywes maakte ik voor de Regionale Omroep Noord en Oost ook radio interviews met deze popsterren.

Waarom vertel ik u dit alles? Als jongen tussen de 15 en de 18 maakt dit allemaal reuze veel indruk. En er zijn elementen hiervan die in mijn boek terugkomen. In dit kader wil ik u nog twee andere anecdotes vertellen. Een over een Pink Floyd in concert zaal de Jong in Groningen (nog invullen). De andere over Amerikaanse deserteurs in Groningen (komt nog).

Rond mijn 25ste was ik een jaar roady bij de Groningse popgroep Plant Music, incidenteel bij Brood, bij de Harry Muskee Band, bij de Engelse Scorpions en later nog even bij de Utrechtse band Super Jones. In die tijd trad ik ook als voorprogramma op onder de naam Nederlands Pauze Theater, een variant op het eerdere Utrechtse Pauze theater, waarin ik samen met Ferry van der Werff optrad toen we nog op de kunstacademie zaten. Het is ongeveer een jaar voordat ik Katri echt leerde kennen en ik mezelf vestigde in een klein rustig dorpje en de hele boel achter me liet, vrij naar Garry Raferty.

Nu de andere kant. Ik woonde in Amerongen, met Katri, haar twee zonen en onze dochter. Onze kunstwerken verkochten onvoldoende om er van te kunnen leven. Na vele nachten op een taxi (zie ook Onderwatermuziek), kreeg ik een baan in loondienst, creatief medewerker op het opvangcentrum voor heroïne verslaafden De Rode Brug in Utrecht. Dit heb ik twee tot drie jaar volgehouden, toen was ik overspannen. Deze periode heeft zeker net zoveel indruk gemaakt en is ook in  Onderwatermuziek aanwezig.

Nu over het schrijven van Onderwatermuziek.

 

Je probeert van alles. Een van mijn voorbeelden is Boris Vian, een dansende fantasie, kan ik niet aan tippen. Een ander element is de ruwe bolster, blanke pit stijl van Charles Bukowski en de Russisch klassieke variant hiervan, Dostojewski met zijn aantekeningen uit het ondergrondse. Doe maar bescheiden, zou Ko nu zeggen, maar hiervoor moet u mijn boek kennen. Ook Gabriël Garcia Marquez is een voorbeeld evenals zijn tegenpool Mario Vargas Llosa. Uiteraard ken ik Tom Wolfe goed, evenals zijn minder gepolijste tijdgenoot Hunter Thompson. Dank ben ik ook verschuldigd aan de Nederlandse schrijvers Jan wolkers, Hugo Raes, Jaques Hameling, Gerard Reve. In Onderwatermuziek staat achterin een pagina met de muziek die een rol bij het boek heeft gespeeld. Ja ik hou op, Ko.

 

Nooit meer verlegen is  een eerder boekje uit 1993 waarin ik mijn eigen onzekerheid verstopte in vrolijk levensenthousiasme. Debuutroman staat overal, maar toen ik even telde bleek Onderwatermuziek mijn 16de boekjes achtige project te zijn, waaronder twee dichtbundels, twee geschiedenisboekjes, een kinderboekje, een toneelstuk en nog zo wat.

Ook niet onbelangrijk is mijn oorspronkelijke katholieke achtergrond. Als kind in blind vertrouwen groei je op met het beeld van een maakbare aarde naar god’s evenbeeld. De complicaties van de verwijdering uit het paradijs waren nog niet tot me doorgedrongen. Uiteindelijk beland je, belandde ik in mijn eigen zoektocht naar goed en kwaad, naar mijn vermogen en onvermogen en naar de natuurlijke loop der dingen. Gaan wij eigenlijk wel vooruit?

In dit kader is mijn studie van de Dao De Jing ook van invloed.

Zie www.tekensvanleven.nl

Onderwatermuziek is een roman en geen filosofieboek of psychologische thriller van de koude grond, dus mijn uitgever, Heleen Buth, heeft flink geschrapt in mijn langdradige beschouwingen over de zin van het bestaan. Het moet gebeuren, zichtbaar zijn in het verhaal, zo zei ze. Zijn in plaats van beschrijven.

Ieder woord moet een functie hebben, een verwachting oproepen voor alle volgende woorden. Dus doodlopende zijwegen kunnen eruit, theoretisch gebabbel is ook niet interessant en abstract taalgebruik, dat is te veel gevraagd voor de lezer. Dankjewel Heleen!

Dit laatste, abstract taalgebruik, jabbertalk is nu net een van mijn recente verworvenheden. Ik ben de laatste jaren veel bezig met stemexpressie en daar maakt het klinken van niet bestaande woorden een wezenlijk deel van uit.

Terug naar het boek.

Ik begon een jaar of acht geleden met het idee van die twee om elkaar heen spiralende geliefden en vijanden. Geleidelijk aan groeide het verhaal en werd het een boek. Steeds meer drong het tot me door dat die vreemde, unieke en fascinerende jaren sixties en seventies zo’n explosie zijn geweest, dat ik mijn verhaal daarin gedoopt en gecentreerd wilde hebben. Tegelijk wilde ik er niet in blijven steken. Het leven gaat verder, is verder gegaan.

Ik behoor tot de categorie Rondom schrijvers. Je begint ergens en bouwt er om heen. Er zijn ook A tot Z schrijvers. Die beginnen bij A en als ze bij Z zijn, dan zetten ze een punt en is het klaar. Bij mij is het nooit klaar. Maar toch op een goed moment heb ik iets naar een paar mensen gestuurd voor commentaar.

Heleen Buth was zo vriendelijk het heel zorgvuldig te lezen en te analyseren hoe ik het had gemaakt. Dat vond ik heel knap en gaf mij vertrouwen in haar commentaar. Ze vond het nog niet goed genoeg, dus ben ik er opnieuw mee aan de gang gegaan en er kwam een dimensie bij, het boek ontdekte zichzelf. Er ontstonden tijdens het schrijven ontwikkelingen die ik niet van te voren had bedacht. Er ontstonden ook een aantal doodlopende zijwegen. Toen is er een snoeironde geweest. Het onkruid eruit en niet te ver van de hoofdweg. Heleen vond het een beter boek worden, maar nog niet goed genoeg. Vervolgens zijn er nog twee rondes geweest. Een om alles er weer in te krijgen wat ik er perse in wilde hebben, in een verdichte vorm. En de tweede ronde om alle inconsequenties, lelijk taalgebruik, continuïteits problemen en de chronologie goed te krijgen. Wat een geploeter, maar ik vond het heerlijk.

Het waren mooie leerzame en in zekere zin ook technische slagen. Van slordig naar glashelder. Als dat zou kunnen.

Ik heb nu iets gezegd over de geschiedenis van het boek, de wortels en over het proces, de techniek, voor zover er sprake van techniek is.

Nu nog iets over het doel.

Wat wil je nu eigenlijk zeggen? Wil je wel iets zeggen? Waarom al dit werk?

Het was leuk, leerzaam, plezier aan beleefd. Lekker met een laptopje in de tuin gewerkt, op mooie lokaties, een motief gehad om bezig te zijn. Boek moet af. Maar waarom? Natuurlijk hoop (ook) ik iets universeels vast te leggen, de zoektocht naar harmonie, naar god, zo u wilt. Natuurlijk hoop ik dat de lezer er liever, zachter, aardiger van wordt. Geïnspireerd door wordt. 

Of het werkt? U mag het zeggen.

Uw commentaar op mijn boek is welkom, daar kan ik van leren.

Vooral wens ik u plezier met het lezen van mijn onderwatermuziek.

Ik dank u voor uw aandacht.

Wat vindt u?

  1. Ha Roeland,
    Beetje laat, en toch zeer enthousiast: doe mijn best erbij te zijn als het glas geheven wordt.

  2. Marga Neele zegt:

    Beste Roeland,

    Leuk jouw uitnodiging voor vrijdag aanstaande te ontvangen. Ik kom graag en neem, zoals het er nu voorstaat 2 vriendinnen mee!

  3. Eline Walda zegt:

    Ik ga zeker proberen, erbij te zijn.